Wat je niet wilt voelen of zien in jezelf blijft vaak terugkomen
Wat je niet wilt voelen of zien in jezelf, blijft vaak terugkomen.
Wat je wegduwt, kan jou uiteindelijk gaan sturen.
Soms lijkt vermijden even fijn.
Je hoeft niet te voelen.
Je hoeft niet te huilen.
Je hoeft niet naar je pijn te kijken.
Maar pijn verdwijnt niet omdat je haar wegstopt.
Ze blijft ergens in je hart zitten.
En soms groeit die pijn uit tot angst, schaamte, boosheid of uitstelgedrag.
Allaah heeft ons niet gemaakt zonder gevoel.
Allaah heeft ons een hart gegeven.
En dat hart kan blij zijn, maar ook gekwetst raken.
Om dit beter te begrijpen, moeten we kijken naar het kind in ons.
Toen je klein was, begreep je de wereld nog niet zoals volwassenen dat doen.
Een kind voelt vooral.
Een kind neemt alles op.
Een kind heeft liefde, veiligheid en zachtheid nodig.
Als een kind die liefde of veiligheid niet genoeg krijgt, doet dat veel pijn.
Maar een kind begrijpt niet waarom dat gebeurt.
Een kind kan niet denken:
‘Mijn moeder heeft haar eigen pijn.’
Of:
‘Mijn vader weet niet hoe hij liefde moet geven.’
Een kind denkt vaak:
‘Er is vast iets mis met mij.’
Maar dat is niet waar.
Jij was niet verkeerd.
Jij was een amanah van Allaah.
Een ziel die liefde, zorg en bescherming nodig had.
Een baby wordt niet geboren met schaamte.
Een kind komt puur op de wereld.
Wij noemen dat de fitrah: de natuurlijke zuiverheid waarmee Allaah ons heeft geschapen.
Een kind wil gezien worden.
Een kind wil liefde.
Een kind wil veiligheid.
Een kind wil voelen:
‘Ik mag er zijn.’
Maar als die liefde ontbreekt, kan het kind zichzelf gaan aanpassen.
Het kind denkt onbewust:
‘Als ik liever ben, krijg ik misschien liefde.’
‘Als ik stiller ben, word ik misschien niet afgewezen.’
‘Als ik sterk ben, ben ik misschien goed genoeg.’
‘Als ik voor iedereen zorg, word ik misschien niet verlaten.’
Zo leert het kind langzaam zichzelf te verlaten.
Het laat zijn echte gevoelens niet meer zien.
Het lacht terwijl het pijn heeft.
Het doet sterk terwijl het zich klein voelt.
Het zorgt voor anderen, maar vergeet zichzelf.
Wat vroeger bescherming was, kan later een gevangenis worden.
Want gevoelens die te pijnlijk waren, verdwijnen niet zomaar.
Ze worden diep weggestopt.
Maar Allaah weet wat er in jouw hart leeft.
Ook de pijn die niemand ziet.
Ook de tranen die je hebt ingeslikt.
Ook de woorden die je nooit hebt durven zeggen.
Later in je leven kunnen oude wonden weer geraakt worden.
Bijvoorbeeld in relaties, familie, vriendschappen of werk.
Iemand zegt iets.
Iemand wijst je af.
Iemand negeert je.
En ineens voel je heel veel pijn.
Dan lijkt het alsof die persoon de oorzaak is.
Maar vaak raakt die persoon iets ouds aan in jou.
Soms laat Allaah bepaalde situaties toe, niet om jou te breken, maar om jou bewust te maken van wat nog geheeld mag worden.
Het leven kan dan voelen als een spiegel.
Mensen en situaties laten zien waar je hart nog pijn draagt.
Als je bang bent voor afwijzing, kun je steeds in situaties komen waarin die angst wordt geraakt.
Als je diep vanbinnen denkt dat je niet goed genoeg bent, kun je blijven proberen liefde te verdienen.
Maar liefde hoef je niet te verdienen bij Allaah.
Jouw waarde hangt niet af van hoeveel mensen jou kiezen.
Jouw waarde hangt niet af van hoeveel je geeft.
Jouw waarde hangt niet af van hoe sterk je lijkt.
Jij bent waardevol omdat Allaah jou heeft geschapen.
Soms komen twee mensen samen met dezelfde wond, maar ze beschermen zichzelf anders.
De één gaat pleasen, geven en aanpassen.
Die probeert liefde te verdienen.
De ander gaat controleren, afstand houden of bevestiging zoeken.
Die probeert pijn te vermijden.
Ze lijken verschillend, maar diep vanbinnen zit vaak dezelfde angst:
de angst om niet goed genoeg te zijn.
de angst om niet gezien te worden.
de angst om verlaten te worden.
Dit patroon stopt niet door de ander te willen veranderen.
Het stopt wanneer jij met eerlijkheid naar je eigen hart durft te kijken.
Niet met haat naar jezelf.
Niet met schaamte.
Maar met rahma: barmhartigheid.
Onder aanpassen zit vaak verdriet.
En boven verdriet zit soms boosheid.
Boosheid is niet altijd slecht. Soms is boosheid een teken dat jouw grens te lang is genegeerd.
Soms is boosheid de stem van een deel in jou dat zegt:
‘Dit deed pijn.’
‘Ik had bescherming nodig.’
‘Ik had liefde nodig.’
Maar boosheid mag geen schade doen aan jezelf of mensen.
Boosheid mag op een gezonde manier naar buiten komen.
Door te praten.
Door te schrijven.
Door te huilen.
Door dua te doen.
Door hulp te zoeken.
Door grenzen te leren aangeven.
Veel mensen blijven vermijden of uitstellen.
Maar wat je vermijdt, verdwijnt niet.
Het blijft als spanning in je hoofd, hart en lichaam.
Soms spreekt je lichaam mee.
Hoofdpijn kan voelen als te veel spanning en gedachten.
Polsklachten kunnen voelen alsof je wilt handelen, maar jezelf tegenhoudt.
Knieklachten kunnen voelen alsof je moeite hebt om een volgende stap te zetten.
Dat betekent niet dat Allaah je straft.
Het betekent niet dat jij slecht bent.
Misschien probeert je lichaam je te vertellen:
‘Er zit nog pijn die aandacht nodig heeft.’
Allaah is niet alleen de Schepper van je ziel.
Hij is ook Degene Die genezing kan brengen.
Heling begint niet wanneer je vecht tegen jezelf.
Heling begint wanneer je stopt met jezelf afwijzen.
Wanneer je durft te zeggen:
‘Ik mag voelen wat ik voel.’
‘Mijn pijn maakt mij niet zwak.’
‘Allaah ziet mij.’
‘Allaah kent mijn hart.’
‘Ik hoef mezelf niet meer te verlaten.’
‘Ik ben niet verkeerd geschapen.’
‘Ik mag terugkeren naar mijn fitrah.’
Dan komt er zachtheid.
Dan komt er ruimte.
Dan komt er rust.
En stap voor stap keer je terug naar jezelf.
Niet naar de versie die altijd sterk moest zijn.
Niet naar de versie die iedereen tevreden moest houden.
Maar naar de echte jij.
De jij die Allaah al kende voordat de wereld jou pijn deed.
Liefs FK